Voer luistercode in

Je vind de luistercode op de titelpagina van de dichtbundel.

Robert Schumann (1810-1856)
Fantasiestücke op. 73
De drie Fantasiestücke van Robert Schumann openen een wereld waarin gevoel en verbeelding voortdurend in beweging zijn. Het eerste deel begint Zart und mit Ausdruck: een moment van verstilling en tederheid. Gaandeweg zwelt de muziek aan. Ieder deel brengt meer vaart, meer gloed, tot een vurige ontlading in het laatste Rasch und mit Feuer. Wat mij fascineert, is hoe Schumann de vorm zelf inzet als drager van emotie. Niet als iets dat zijn fantasie inperkt, maar als een structuur die haar juist laat ontvouwen. Elk motief lijkt te groeien uit het vorige, alsof de muziek zichzelf aan het uitvinden is terwijl ze klinkt. De opbouw is verfijnd, het materiaal geniaal gepositioneerd, en juist daardoor worden we als luisteraars meegevoerd op de stroom van zijn innerlijke wereld.Schumanns fantasie is diep muzikaal van aard. In deze drie stukken laat hij horen hoe vorm en vrijheid elkaar kunnen versterken, hoe emotie zuiver muzikaal kan spreken. Hij verleidt ons om mee te dromen, om de controle los te laten zonder ooit het evenwicht te verliezen. - Jelmer de Moed
I. Zart und mit Ausdruck
3:33
II. Lebhaft, leicht
3:23
III. Rasch und mit Feuer
4:12

Mathilde Wantenaar (*1993)
Nocturne
Bekend om haar lyrische, betoverende klanktaal en haar open, nieuwsgierige blik, liet Mathilde Wantenaar zich bij het schrijven van de Nocturne voor klarinet en piano inspireren door zowel de instrumenten als de musici voor wie zij componeerde. Tijdens de eerste gesprekken met Rik en Jelmer bleek hun grote liefde voor poëzie, en op haar verzoek stelden zij een selectie van favoriete gedichten samen. Zo kwam zij terecht bij Nocturne van Herman van den Bergh (1897–1967), een tekst die haar direct trof door de combinatie van het ziekelijke, het verleidelijke en het sprookjesachtige. Een mooie bijkomstigheid is de verwijzing naar de mythe van Syrinx in de laatste strofe, de nimf die zich in riet veranderde om aan Pan te ontsnappen – een subtiel verband met het riet van de klarinet.
‘De eerste drie strofen werden drie miniaturen, elk met een eigen sfeer: de brandend roeiende maan boven een paars, bedwelmend bos; de lichte, geurige wereld van poel, pad en hete bramen; en de bleke vlakte waar sterren als dauw vallen, verklankt in spaar- zame harmonie en flonkerende pentatoniek. De laatste strofen vormden voor mij één groter, verhalend deel: de onrustige jacht van de saters, het nietsvermoedende feest van de nimfen, de terugkeer van de eenzame bloemwitte nimf en het uiteindelijke dramatische treffen waarbij de maan opnieuw oplicht. De muziek grijpt terug naar het begin, maar keert anders terug, als een landschap waarin het gevaar is geweken, maar de betovering blijft hangen.' - Mathilde Wantenaar
I. “De maan roeit brandend…”
2:44
II. “Poel en half open pad…”
2:08
III. “De vlakte…”
2:04
IV. “Gestalten jagen woest…”
10:49

Willem Jeths (*1959)
Willem Jeths schreef Lèthè, geïnspireerd op de mythische rivier in de onderwereld, waarvan de doden drinken om hun herinneringen aan het aardse leven uit te wissen. In het stuk laat hij klank en vorm langzaam vervloeien: motieven lossen op, melodieën raken hun contouren kwijt en de muziek dreigt steeds verder weg te zinken in een zachte vergetelheid. Het is een wereld van schimmen en fragmenten, waarin herinneren en vergeten elkaar voortdurend doorkruisen.
Elke slok verdrinkt hoe je bestond, als een inktvlek vervaagt dag na dag, Hypno’s dochter aqua incognita - Willem Jeths
Willem Jeths heeft zich ontwikkeld tot een van de meest karakteristieke componisten van Nederland, met een oeuvre dat reikt van orkest- en kamermuziek tot opera’s en koorwerken. Zijn muzikale taal balanceert tussen pure helderheid en expressieve vervorming, geworteld in een traditie die emotie, verfijnde klankkleur en een doorgecomponeerde lyriek centraal stelt. Het verleden vormt voor hem geen last maar een voedingsbodem, een landschap dat hij via experiment, verbeelding en zorgvuldig geslepen timbres voortdurend opnieuw betovert. In Lèthè komt dat alles samen: de fascinatie voor leven en dood, de zoektocht naar archetypische momenten en zijn vermogen om met spaarzame middelen een diep resonante wereld te openen.
I. Lèthè
9:40

Johannes Brahms (1833-1897)
Klarinetsonate op. 120 no. 2
In 1894 schreef Johannes Brahms zijn Sonate voor klarinet en piano, opus 120 nr. 2. De componist was inmiddels op leeftijd: bebaard, imposant van gestalte en een levende belichaming van de Duitse muzikale traditie. Zijn werk was diepgeworteld in klassieke vormen, gevoed door de geest van grootheden die inmiddels hun vaste plaats in het muzikale pantheon hadden veroverd. Het is opmerkelijk om te bedenken dat in datzelfde jaar Claude Debussy zijn revolutionaire Prélude à l'après-midi d'un faune componeerde, een werk dat juist brak met diezelfde tradities die Brahms zo koesterde. Waar Debussy de toekomst insloeg, probeerde Brahms zich met hart en ziel te blijven verhouden tot het verleden. Zijn zoektocht naar evenwicht tussen vorm en emotie, tussen intellect en schoonheid, blijft echter tot op de dag van vandaag bewonderenswaardig. Zoals in vrijwel al zijn kamermuziek weet Brahms ook in deze sonate een meesterlijke balans te vinden. Geen noot is overbodig; alles staat in dienst van het grotere geheel. Toch is er iets paradoxaals aan de manier waarop wij zijn werk tegenwoordig benaderen. We hebben de neiging Brahms op een voetstuk te plaatsen, deze stukken te behandelen als heilig en onaantastbaar. Maar Brahms zelf zag dat misschien wel heel anders. In een brief aan violist Joseph Joachim noemde hij de sonates “bescheiden stukjes”, een omschrijving die een verrassend intieme, misschien zelfs lichte sfeer oproept. Geen groots opgezette structuren, maar kamermuziek in de ware zin van het woord: persoonlijk, ingetogen, subtiel. Voor de uitvoerder van vandaag blijft het een fascinerende uitdaging: hoe vind je de juiste balans tussen de diepgravende muzikale perfectie die deze muziek verlangt, en de spontaniteit en lichtheid die Brahms er zelf ook in zag? - Rik Kuppen
I. Allegro amabile
7:45
II. Allegro appassionata
5:11
III. Andante con moto - Allegro
5:33
IV. Allegro
1:54

0:00
3:33
I. Zart und mit Ausdruck